cbb

Het Centraal Bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling werd ingericht bij de wet van 29 mei 2000. Het vergde tien lange jaren voor de wet bij wege van het Koninklijk Besluit van 7 december 2010 werd uitgevoerd – het Bestand zelf trad in werking op 29 januari 2011.

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders werd door de wetgever als dé instelling bij uitstek bedacht om het beheer van het Bestand waar te nemen, weliswaar onder controle van een Beheers- en Toezichtscomité dat bestaat uit vertegenwoordigers van alle gebruikersgroepen en enkele nauw betrokken instellingen zoals de Privacycommissie.

Het Centraal Bestand betreft een elektronische gegevensverzameling die tegelijk veel meer is dan een gewone databank.

In de eerste plaats betreft het een gecentraliseerd register waarin alle informatie aangaande het beslag, de delegatie, de overdrachten en de collectieve schuldenregelingen in hoofde van de rechtsonderhorigen vervat ligt.

Voorheen werd deze nuttige informatie op bijzonder diffuse en gedecentraliseerde wijze aangeboden op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg, en dit in de zogenaamde beslagtrommels.

Het betrof een manueel bijgehouden klassement van fiches, dat een onvolledig en onoverzichtelijk geheel vormde en als bron van vele materiële vergissingen een doorn in het oog was van talrijke gerechtelijke actoren.

Daarbij was deze informatie gedecentraliseerd aangezien zij zich groepeerde per gerechtelijk arrondissement, zodat de praktische problemen niet van lucht waren, bijvoorbeeld in geval van verhuis van een debiteur.

Het Centraal Bestand werd tevens opgericht vanuit een sociaal perspectief.

Aangezien de verschillende gebruikersgroepen een coherent beeld wordt geschetst van de financiële situatie van een schuldenaar, biedt het CBB een welkome leidraad aan de betrokken partijen om te oordelen of een bepaalde uitvoeringsmaatregel ten aanzien van deze persoon opportuun is.

Derwijze kan de gerechtelijke actor een procedure- en kostenefficiënte keuze maken en de hulpbehoevende beter begeleiden.

Het Bestand zal op termijn ook toelaten de armoede beter in kaart te brengen.

Dit brengt ons bij de functie van het CBB als beleidsinstrument.

De wetgever voorzag daarbij uitdrukkelijk een rol als beleidsinstrument rol voor het Centraal Bestand. Er werd immers wettelijk voorzien in de mogelijkheid om statistieken uit het Centraal Bestand te halen die vervolgens op het niveau van de wetgevende kamers of de uitvoerende macht kunnen worden aangewend om nieuwe, meer efficiënte beleidskeuzes te schragen.

Thans kunnen we voorzichtig spreken van een succesverhaal:  het Centraal Bestand van berichten heeft zijn technische deugdelijkheid intussen bewezen en de teller van het aantal klachten bij het Beheers-en Toeizchtscomité staat na bijna drie jaar nog steeds op nul.

Ook de wetgever is niet blind gebleven voor deze positieve balans en heeft het Centraal Bestand bedacht met een gevoelige uitbreiding.

De wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 maart 2013, en trad op 1 september ll. in werking.

Voornoemde wet voorzag in een groot aantal wijzigingen van het wetgevend kader rond het Centraal Bestand van berichten:

Er werden enkele nieuwe gebruikersgroepen opgenomen, zoals de Kansspelcommissie, DAVO, lokale ontvangers, Vlabel, …, terwijl enkele bestaande gebruikers zelf een (beperkt) registratierecht kregen, zoals de notarissen en de schuldbemiddelaars.

De wet voorzag in een nieuwe publiciteitsvorm voor de protesten van handelspapier, namelijk het bericht van protest dat consulteerbaar is door éénieder via een publieke website. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders heeft in dit kader de rol van centrale depositaris opgenomen.

Een uitbreiding inzake samenstelling en activiteitenradius voor het Beheers- en Toezichtscomité.

De mogelijkheid tot een diversifiëring van de retributie werd ingeschreven.

Aan de Nationale Kamer werd meer armslag toegekend inzake controle om sneller en efficiënter alle soorten van misbruik op te sporen.

Thans werden nog geen Koninklijke en Ministeriële Besluiten gepubliceerd die de wet uitvoeren. Op sommige vlakken creëert dit rechtsonzekerheid. De NKGB is dan ook voorstander van een spoedige publicatie

·         Een uitbreiding met de berichten van faillietverklaring;