Algemene informatie

Sinds de hervorming van het nieuwe statuut in 2014 werden nog geen vacate plaatsen voor titularis-gerechtsdeurwaarders gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Het goede verloop van de nieuwe benoemingsprocedure, beschreven in artikels 515 van het Gerechtelijk Wetboek, kon slechts gegarandeerd worden na een wijziging van deze bepaling. In artikel 121 van de wet van 4 mei 2016 betreffende internering en diverse bepalingen inzake justitie (ook gekend als potpourri III), gepubliceerd op 13 mei 2016, werden de noodzakelijke aanpassingen aan artikel 515 van het Gerechtelijk Wetboek opgenomen. Daardoor kon de eerste lichting vacante plaatsen op 10 juni 2016 gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad

De tweede opdracht van de benoemingscommissies voor de gerechtsdeurwaarders bestaat er dus in om  een rangschikking van de 3 kandidaten op te stellen die het meest geschikt zijn voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder. 

Vacante plaatsen worden tweemaal per jaar gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, tenzij een afzonderlijke publicatie nodig is.

Enkel kandidaat-gerechtsdeurwaarders die sinds meer dan vijf jaar hun functie opnemen,  kunnen zich kandidaat stellen voor een vacante plaats van gerechtsdeurwaarder. De sollicitaties moeten per aangetekend schrijven verstuurd worden naar de minister van justitie binnen een termijn van een maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De sollicitaties moeten de volgende bijlagen bevatten (zie koninklijk besluit 02-04-14, art. 19) :

1° een uittreksel uit het strafblad waarvan de datum later valt dan de publicatie van de vacante betrekking;

2° een verklaring op erewoord waarin de periode(s) en de werkplaats(en) als kandidaat-gerechtsdeurwaarder worden vermeld;

3° een gedetailleerd curriculum vitae waarin alle voor de uitoefening van de functie van gerechtsdeurwaarder relevante inlichtingen worden vermeld door middel van het model in bijlage 2 van onderhavig besluit;

4° in de gevallen beoogd in artikel 516 alinea 5 van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 november waarin de voorwaarden van taalvaardigheid worden bepaald en dat de taalexamens organiseert voor de kandidaten voor de functie van gerechtsdeurwaarder, is een afschrift van het attest van taalkennis vereist.

Vervolgens moet de minister van justitie de benoemingsdossiers samenstellen voor elke kandidaat en deze versturen naar de benoemingscommissies.

Dit dossier moet het volgende bevatten:

1° de kandidatuur en de hiervoor beoogde bijlagen ;

2° de intussen aangevraagde adviezen :

  • bij de Procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de kandidaat gedomicilieerd is ;
  • bij de raad van de arrondissementskamer van de gerechtsdeurwaarders waarbinnen de kandidaat zijn beroep uitoefent of heeft uitgeoefend.

De eventuele opmerkingen van de kandidaten, beoogd in artikel 515, § 2, al. 4, worden ook toegevoegd.

Elke benoemingscommissie moet vervolgens kennis nemen van de door de minister overgemaakte dossiers en kan beslissen om een lijst het te horen kandidaten op te stellen. Deze lijst wordt opgesteld op basis van objectieve criteria, van deze lijst wordt een met reden omkleed pv opgemaakt. Elke kandidaat wordt op de hoogte gebracht van de beslissing per aangetekende brief en kan, indien een negatieve beslissing over zijn kandidaatstelling werd genomen, vragen om toch gehoord te worden door de commissie (die dit niet mogen weigeren). De commissies dienen vervolgens alle door hen weerhouden kandidaten en de kadidaten die hierom verzocht te horen. Hierna stellen de commissies een lijst op met de drie meest geschikte kandidaten op basis van criteria betreffende de capaciteit en de geschiktheid van de kandidaten voor de uitoefening van de functie van gerechtsdeurwaarder.

In het geval dat de benoemingscommissie advies moet geven over minder dan drie kandidaten, beperkt de lijst zich tot de enige kandidaat of tot de enige twee kandidaten.

Deze restrictieve lijst van gerangschikte kandidaten wordt dan verstuurd naar de minister van justitie, op wiens voorstel de Koning de gerechtsdeurwaarder benoemt.

Elke kandidaat die niet wordt benoemd, kan bij de benoemingscommissie schriftelijk een aanvraag doen om het deel van het proces-verbaal dat op hem betrekking heeft en het deel dat betrekking heeft op de benoemde kandidaat, te raadplegen en er een afschrift van te bekomen.