Algemene info

De eerste opdracht van de benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders bestaat erin om een examen op te stellen met het oog op de rangschikking van de stagiairs die het meest geschikt zijn voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarders. De procedure wordt toegelicht in artikel 513 van het Gerechtelijk Wetboek.

Omdat het gaat over een examen wordt het maximum aantal te benoemen kandidaat-gerechtsdeurwaarders elk jaar bij koninklijk besluit bepaald.

Wie een diploma van master in de rechten op zak heeft, kan starten met een stage van 2 jaar in een gerechtsdeurwaarderskantoor. Eens de stage succesvol is afgerond en de stagiair dus een stagecertificaat heeft behaald, kan hij deelnemen aan een examen dat jaarlijks wordt georganiseerd door de benoemingscommissies, met de steun van  SAM-TES.

Het examenprogramma wordt voorafgaandelijk opgesteld door de benoemingscommissies en vervolgens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Om de rangschikking van de meest geschikte kandidaten op te stellen, moeten de benoemingscommissies de kennis, de maturiteit en de praktische bekwaamheden van elke kandidaat evalueren, die vereist zijn om de functie van gerechtsdeurwaarder op zich te nemen.

Het examen bestaat uit twee fases : een schriftelijke proef en een mondelinge proef.

Om de totale objectiviteit van de leden van de benoemingscommissies te verzekeren, wordt de schriftelijke proef volledig anoniem opgesteld en elke kopie van het examen nadien opgesplitst in meerdere delen, waarvan elk deel door een duo van correctoren wordt verbeterd.

Enkel de stagiairs die minstens 60% van de punten op de schriftelijke proef hebben behaald worden toegelaten tot de mondelinge proef waarvoor zij minstens 50% van de punten zullen moeten behalen. Het schriftelijke deel en het mondelinge deel worden in dezelfde verhouding in rekening genomen voor het eindresultaat van het examen. Op basis daarvan wordt een voorlopige rangschikking opgesteld.

Vervolgens wordt deze voorlopige rangschikking voorgelegd aan de Procureur des Konings van het arrondissement waarin de kandidaten gedomicilieerd zijn voor advies, dat het resultaat  moet zijn van een enquête ‘betreffende het milieu waarin de kandidaat zich beweegt en zijn antecedenten.’

Het voorlopige klassement kan enkel gewijzigd worden als één of meerdere adviezen negatieve aanwijzigen bevat/bevatten betreffende één of meerdere nuttig gerangschikte kandidaten.

Daarna wordt de eindrangschikking opgesteld, dat wordt dan overgemaakt aan de minister van justitie. Vervolgens zal de Koning binnen de maand de betrokken kandidaat-gerechtsdeurwaarders benoemen. De benoemingen worden nadien in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Op de dag van deze publicatie in het Belgisch Staatsblad begint de termijn van acht dagen waarbinnen elke kandidaat een schriftelijke aanvraag kan sturen naar de benoemingscommissies om een afschrift te bekomen van het deel van het proces-verbaal dat op hem betrekking heeft en het deel dat betrekking heeft op de benoemde kandidaten.

Elke benoemingscommissie zal binnen de veertien dagen na dezelfde publicatie in het Belgisch Staatsblad een overzicht van de benoemde kandidaat-gerechtsdeurwaarders naar de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders versturen zodat ze kunnen worden ingeschreven in de lijst van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders.