Examenprogramma

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 

10 OKTOBER 2014. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-gerechtsdeurwaarders 

DE MINISTER VAN JUSTITIE, 

Gelet op de wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, zoals gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014 en 8 mei 2014; 

Besluit: 

Artikel 1. Het programma van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat­gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 513 van het Gerechtelijk Wetboek, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders op 8 september 2014 en dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd. 

Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. 

Brussel, 10 oktober 2014 

JAARLIJKS VERGELIJKEND EXAMEN VOOR DE RANGSCHIKKING VAN KANDIDAAT­GERECHTSDEURWAARDERS 

PROGRAMMA 

A. De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen:

1. Het statuut en de taken van de gerechtsdeurwaarder, inbegrepen deontologie, tucht, boekhouding, fiscale en sociale verplichtingen, tarief, verzekering beroepsaansprakelijkheid, kantoororganisatie en antiwitwaswetgeving.

2. De volgende juridische materies in dewelke de gerechtsdeurwaarder actief is :

  • a. Personenrecht, zakenrecht, verbintenissenrecht, huwelijksvermogensstelsels, huur, sekwester en zakelijke zekerheden;
  • b. Economisch recht, meer bepaald collectieve procedures (faillissement, continuïteit van ondernemingen, vereffening van rechtspersonen);
  • c. Gerechtelijke organisatie, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging;
  • d. Minnelijke invordering, bewarende beslagen, middelen van tenuitvoerlegging, specificiteit van de fiscale en sociale invordering, collectieve schuldenregelingen en de directe gedwongen tenuitvoerlegging (dwangsom inbegrepen);
  • e. Publiek- en administratief recht;
  • f. Strafrecht en strafvordering;
  • g. Internationaal privaatrecht, meer bepaald het Wetboek van internationaal privaatrecht, de internationale verdragen en de diverse Europese Verordeningen in het kader van de Europese gerechtelijke ruimte;

3. De menselijke aspecten in contacten met opdrachtgevers en schuldenaren van een gerechtsdeurwaarderskantoor, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars en collega's. 

4. De bekwaamheid in: 

  • a. Het wettelijk en doeltreffend volbrengen van de taken waarmee een gerechtsdeurwaarder gelast is, in beschouwing nemend zijn sociale rol, zijn rol van bemiddelaar, zijn statuut van onafhankelijk ambtenaar en de vereisten van een heldere, correcte en begrijpelijke communicatie;
  • b. Het beheer van een gerechtsdeurwaarderskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren.

B. De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig of uitgebreid antwoord wordt gevraagd, opstellen en/of verbeteren van akten of delen van akten, praktische gevallen en consultaties.

De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met leden van de benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen :

  • a. Zijn visie omtrent het beroep van gerechtsdeurwaarder, zijn motivaties voor een carrière in het beroep, alsook de ervaring opgedaan sinds zijn toetreding tot het beroepsleven;
  • b. Antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent de punt 1 tot 4 hierboven en/of het verder uitdiepen van bepaalde punten van zijn antwoorden op de schriftelijke proef.
BijlageGrootte
PDF icon 20141027_-_ministeriel_besluit_-_examenprogramma1.pdf110.22 KB