Examenreglement

Artikel 1

Dit examenreglement geldt als een minimumkader voor de afname van het vergelijkend examen waarmee de benoemingscommissie voor gerechtsdeurwaarders is belast, in uitvoering van art. 513, § 2, Ger.W. en doet geen afbreuk aan de wet en haar uitvoeringsbesluit(en).

Artikel 2

Voor elk gedeelte van het vergelijkend examen meldt de examenexamenkandidaat zich aan op plaats, datum en uur aangegeven in de oproeping, verstuurd door de benoemingscommissie.

Artikel 3

De examenkandidaat meldt zich aan en identificeert zich aan de hand van zijn identiteitskaart en oproeping en ondertekent het aanwezigheidsregister.

Artikel 4

Het schriftelijk gedeelte duurt maximum zes uur.

Artikel 5

De examenkandidaat die voor het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen niet aanwezig is op de in de oproeping vermelde plaats, datum en uur binnen de zestigminuten na het aanvangsuur wordt niet meer toegelaten tot het examen, behoudens door de voorzitter, ondervoorzitter of hun plaatsvervanger, aanvaarde overmacht. Een dergelijke uitzonderlijke toelating impliceert weliswaar geen verlenging van het vooraf vastgelegd einduur van het examen.

Artikel 6

Een examenkandidaat mag het examenlokaal niet alleen verlaten zonder zijn examen af te geven. Door het afgeven van zijn examenkopij verzaakt de examenkandidaat aan de verderzetting van het examen.

In geen geval mag een examenkandidaat het examenlokaal verlaten binnen het uur na aanvang.

Artikel 7

Na afgifte van zijn examenkopij ontvangt de examenkandidaat een afgiftebewijs en ondertekent opnieuw het aanwezigheidsregister. De effectieve deelname aan het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen kan door de examenkandidaat enkel bewezen worden aan de hand van dit afgiftebewijs.

Artikel 8

Tijdens het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen is het bezit van een mobiele telefoon en van andere communicatiemiddelen verboden. De toezichthouder is gerechtigd deze verboden voorwerpen onmiddellijk in bewaring te nemen. Het meebrengen van niet toegelaten materiaal, wordt beschouwd als examenfraude. Er hoeft geen intentie te zijn om te frauderen, het niet meebrengen van niet toegelaten materiaal wordt beschouwd als een resultaatsverbintenis.

De examens worden geanonimiseerd en het is de examenkandidaat niet toegelaten zich op enerlei wijze op de examenkopij kenbaar te maken. Bij nietinachtname van deze bepaling wordt de kopij niet verbeterd.

De aanwezige leden van de commissie houden toezicht en bewaken de tucht tijdens het examen.

Artikel 9

De examenkandidaat volgt stipt de instructies op die de toezichthouder met betrekking tot het schriftelijk gedeelte verstrekt.

Hij mag enkel gebruik maken van uitgegeven wetgeving of vastbladig samengevoegde afdrukken daarvan die niet geannoteerd zijn door de uitgever, tenzij met de wetsgeschiedenis, noch door een gebruiker, en evenmin onderstreept, ingekleurd of welke bewerking dan ook.

Elke toezichthouder mag de meegebrachte wetgevingsbundel(s) inkijken.

De toezichthouder is gerechtigd het (de) verboden wetgevingsbundel(s) in bewaring te nemen. Hij maakt een proces-verbaal op.

Bij het mondeling gedeelte mag de examenkandidaat enkel gebruik maken van wetgeving die de benoemingscommissie ter beschikking stelt.

Artikel 10

Indien een toezichthouder vermoedt dat een examenkandidaat tijdens het schriftelijk gedeelte fraude pleegt, kan hij de betrokken examenkandidaat opdracht geven onmiddellijk te stoppen met het verder invullen van het examenbundel en het bundel in bewaring nemen, in voorkomend geval samen met de voorwerpen waarmee de vermoede fraude wordt gepleegd. Hij geeft hem dan een nieuwe examenkopij waarop de betrokkene dan verder kan werken.

De benoemingscommissie beslist bij de deliberatie na het horen van de kandidaat over de fraude.

Artikel 11

De antwoorden dienen in een duidelijk handschrift ingevuld te worden in een correcte taal. Wat de correctoren niet kunnen lezen wordt voor niet geschreven gehouden.

De antwoorden mogen enkel in zwart of blauw met een balpen of vulpen ingevuld worden. Wat in andere kleuren en/of met potlood is ingevuld wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 12

De kandidaten die toegelaten worden tot het mondeling gedeelte van het vergelijkend examen worden ondervraagd door de leden van de benoemingscommissie of een opdeling van de benoemingscommissie in groepen, voor zover in elke groep minstens twee leden aanwezig zijn (of hun plaatsvervangers) met ten minste een gerechtsdeurwaarder en een nietgerechtsdeurwaarder.

Namens de Nederlandstalige benoemingscommissie voor gerechtsdeurwaarders,

Yves Eyskens,

Secretaris

Francis Snoeck,

Voorzitter