De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is zelf vragende partij om invordering van fiscale schulden aan te passen

Naar aanleiding van een rapport van de federale ombudsman over de manier waarop de overheid belastingschulden invordert, wordt er ook met een beschuldigende vinger naar de gerechtsdeurwaarders gewezen. Zij zouden de kosten in deze procedures veel te hard de hoogte in jagen.

De NKGB wijst erop dat in het kader van opdrachten van de fiscus een gerechtsdeurwaarder in zijn hoedanigheid van ministerieel ambtenaar verplicht is om zijn opdracht uit te voeren en daarbij het wettelijk tarief te hanteren. Met andere woorden, de overheid is zijn opdrachtgever en de gerechtsdeurwaarder is de uitvoerder. Een gerechtsdeurwaarder kan er dus niet voor kiezen om deze opdrachten al dan niet uit te voeren, autonoom betalingsfaciliteiten toe te staan of  de zaken op de lange baan te schuiven.

Op het vlak van de minnelijke invordering van schulden, vragen we reeds geruime tijd een wetswijziging van de wet van 2002. Deze wet verbiedt immers om consumenten enige kost aan te rekenen, met uitzondering van de bedragen die in het contract bepaald werden in geval dat niet wordt nageleefd, zoals de inningskosten van de gerechtsdeurwaarder, het schadebeding en/of de interesten. Schuldeisers zagen hierin echter een kans om hun algemene voorwaarden aan te passen en alsnog zware kostenvergoedingen op te leggen aan de schuldenaar. Op deze manier werd de bedoeling van de wetgever om de consument te beschermen volledig uitgehold. Daarom vraagt de NKGB een betere consumentenbescherming door de bijkomende kosten voor inning, strafbedingen en verwijlinteresten te specifiëren en te plafonneren.

Daarnaast stellen we ook voor om de bijkomende inningskosten in de minnelijke fase te begrenzen met zowel een bodem- als een plafondbedrag. In deze context vragen we ook dat de overheid zelf het goede voorbeeld geeft als schuldeiser. Streng is rechtvaardig, maar is het rechtvaardig dat de intrestvoet en schadebedingen bij overheidsschulden torenhoog zijn, zodat vele administratieve boetes direct verschillende honderden euro’s kosten?

De NKGB herinnert ook aan haar eerdere oproep aan de overheid om de fiscale druk verbonden aan de  gerechtelijke invorderingsprocedure te verminderen. Bij een dagvaarding bijvoorbeeld betaalt de schuldenaar, naast de wettelijk vastgelegde tarieven voor de tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder, ook de kosten van registratie, rolzetting en BTW, pleidooizegels en fonds tweedelijnsbijstand. Deze kosten maken een substantieel onderdeel uit van het totaalbedrag.

De NKGB herhaalt tevens haar vraag om de buitengerechtelijke procedure voor de invordering van onbetwiste geldschulden tussen bedrijven uit te breiden.

Bent u particulier of professioneel (bedrijf/gerechtsdeurwaarder/advocaat/…)

Particulier Professioneel Sluiten