COVID-19: voorzichtigheid, redelijkheid en bemiddeling schragen het werk van de gerechtsdeurwaarders tijdens deze onvoorspelbare tijden

dinsdag, november 3, 2020 - 11:45

Op het moment dat de hele wereld in de greep wordt gehouden door de coronacrisis en iedereen de gevolgen ervan op het dagelijkse leven kan voelen, is men het aan de maatschappij verplicht om verantwoordelijkheid op te nemen. Dat geldt zonder twijfel ook voor de gerechtsdeurwaarders.

“Hoewel we ten volle beseffen dat gerechtsdeurwaarders één van de beroepen is die essentieel zijn om de rechtszekerheid in de samenleving te beschermen - zoals bekrachtigd in het MB van 28 oktober 2020  - en we deze verantwoordelijkheid ook ten volle nemen, weten we ook dat het virus geen onderscheid maakt tussen mensen en bijgevolg blind en onvoorspelbaar toeslaat”, stelt de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. “Dat is de reden waarom we proactief en binnen onze wettelijke verplichtingen een aantal bijkomende zelfregulerende voorzorgsmaatregelen aan onze beroepsgroep hebben meegedeeld.”

Bij de aankondiging van de eerste reeks van maatregelen, waarin vooral de sluiting van cafés en restaurants gedurende vier weken in het oog sprong, werd de dag na deze beslissing via een intern schrijven alle gerechtsdeurwaarders geadviseerd om, tegenover de horeca, nog meer dan anders in te zetten op bemiddeling door de opdrachtgevers te adviseren zich mild op te stellen en de uitvoering voor twee maanden op te schorten.

Bij de nieuwe reeks maatregelen, die op 2 november 2020 in werking traden, heeft de NKGB haar leden de dag ervoor, op zondag 1 november 2020, opnieuw aanbevolen om zich bijzonder voorzichtig, redelijk en bemiddelend op te stellen.  Meer concreet heeft de NKGB aanbevolen om uithuiszettingen uit een domicilieadres tijdelijk niet uit te voeren. Een uitzondering hierop vormen uithuiszettingen waarvan vooraf geweten is dat de “bezetter” het pand heeft verlaten.

Gezien de materie van uithuiszettingen een gewestelijke bevoegdheid betreft, willen we vermijden dat men  verschillende maatregelen neemt die onduidelijkheid en verwarring  op het terrein creëren. Een algemeen opgelegd verbod tot uithuiszetting kan bovendien kwalijke gevolgen met zich meebrengen. Denk bijvoorbeeld  aan intrafamiliaal geweld, dat zijn uithuiszettingen  aangewezen om de fysieke integriteit en het psychisch welzijn van de gezinsleden te beschermen. Dat geldt ook voor gevallen van extreme verwaarlozing en overlast. 

Toch moeten we rekening houden met het feit dat een gerechtsdeurwaarder een openbaar ministerieel ambtenaar is en zijn wettelijke opdrachten moet uitvoeren. Ingeval van een uithuiszetting zal een gerechtsdeurwaarder dus de belangen van zowel de verhuurder als de huurder moeten respecteren en proberen met elkaar te verzoenen. Indien een verhuurder, bij wie de schade eveneens aanzienlijk  kan oplopen, toch een uithuiszetting wil uitvoeren  zal een gerechtsdeurwaarder via bemiddeling een compromis nastreven.