Examenprogramma

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 

9 JANUARI 2019. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-gerechtsdeurwaarders 

DE MINISTER VAN JUSTITIE, 

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek artikel 513,

Besluit: 

Artikel 1. Het programma van het vergelijkend jaarlijks examen tot rangschikking van kandidaat­gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 513 van het Gerechtelijk Wetboek, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders op 8 november 2018 en dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd. 

Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. 

Brussel, 9 januari 2019

JAARLIJKS VERGELIJKEND EXAMEN VOOR DE RANGSCHIKKING VAN KANDIDAAT­GERECHTSDEURWAARDERS 

PROGRAMMA 

A. De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen:

1. het statuut en de taken van de gerechtsdeurwaarder, inbegrepen deontologie, tucht, boekhouding, fiscale en sociale verplichtingen, tarief, verzekering beroepsaansprakelijkheid, kantoororganisatie, antiwitwaswetgeving en dataprotectie.

2. de volgende juridische materies in dewelke de gerechtsdeurwaarder actief is :

a. personenrecht, zakenrecht, verbintenissenrecht, huwelijksvermogensstelsels, huur, sekwester en zakelijke zekerheden;
b. economisch recht en ondernemingsrecht, meer bepaald collectieve procedures (faillissement, gerechtelijke reorganisatie, vereffening van vennootschappen en verenigingen);
c. gerechtelijke organisatie, bevoegdheid en burgerlijke rechtspleging;
d. minnelijke invordering, invordering van onbetwiste geldschulden (IOS), bewarende beslagen, middelen van tenuitvoerlegging, specificiteit van de fiscale en sociale invordering, collectieve schuldenregelingen en de directe gedwongen tenuitvoerlegging (dwangsom inbegrepen);
e. publiek- en administratief recht;
f. strafrecht en strafvordering;
g. internationaal privaatrecht, meer bepaald het Wetboek van internationaal privaatrecht, de internationale verdragen en de diverse Europese Verordeningen in het kader van de Europese gerechtelijke ruimte;

3. de menselijke aspecten in contacten met opdrachtgevers, schuldenaren, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars en confraters.

4. de bekwaamheid in: 

  • a. Het wettelijk en doeltreffend volbrengen van de taken waarmee een gerechtsdeurwaarder gelast is, in beschouwing nemend zijn sociale rol, zijn rol van bemiddelaar, zijn statuut van onafhankelijk ambtenaar en de vereisten van een heldere, correcte en begrijpelijke communicatie;
  • b. Het beheer van een gerechtsdeurwaarderskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren.

 

B. De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig of uitgebreid antwoord wordt gevraagd, opstellen en/of verbeteren van akten of delen van akten, praktische gevallen en consultaties.

De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met leden van de benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen :

a. zijn visie omtrent het beroep van gerechtsdeurwaarder, zijn motivaties voor een carrière in het beroep, alsook de ervaring opgedaan sinds zijn toetreding tot het beroepsleven;
b. antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent de punt 1 tot 4 hierboven en/of het verder uitdiepen van bepaalde punten van zijn antwoorden op de schriftelijke proef.

BijlageGrootte
PDF icon 20190114_mb_comm._nom._-_programme_candidats-huissiers_de_justice.pdf294.99 KB
PDF icon 20181108_programme_examen-examenprogramma_2018.pdf14.56 KB