Gerechtsdeurwaarders reageren op Test Aankoop

woensdag, oktober 25, 2017 - 16:45

Betere consumentenbescherming door aanpassing wet minnelijke invordering en invoering buitengerechtelijke procedure voor onbetwiste facturen in B2C

Test-Aankoop wil dat gerechtsdeurwaarders niet langer kunnen optreden in het kader van de minnelijke invordering of dat hun tussenkomst op zijn minst wordt gecontroleerd door de Federale Overheidsdienst Economie. Een gerechtsdeurwaarder zou de consument immers verwarren of zelfs angst aanjagen. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (NKGB) betreurt deze tendentieuze visie en wijst op de deontologie en tuchtregels, waaraan elke gerechtsdeurwaarder gebonden is. Ze is daarentegen wel vragende partij om de kosten bij minnelijke invordering wettelijk vast te leggen. Vandaag worden de algemene voorwaarden in contracten immers al te vaak gebruikt om éénzijdig onevenwichtige kosten op de schuldenaar te verhalen, klinkt het. Daarnaast pleit ze voor de invoering van een buitengerechtelijke procedure voor de invordering van onbetaalde facturen tussen bedrijven en consumenten, waarbij specifieke beschermingsmechanismen worden ingevoerd.

Gebonden aan wettelijke regels, deontologie en tucht

Test Aankoop verwijt de gerechtsdeurwaarders een dubbele pet op te hebben, omdat ze zowel in minnelijke als gerechtelijke fase mogen optreden. Het klopt dat ze in beide fase kunnen optreden. De opdracht van inning, waaronder ook de minnelijke invordering, vormt immers één van de natuurlijke opdrachten van de gerechtsdeurwaarder en werd bovendien bij de invoering van het nieuwe statuut van de gerechtsdeurwaarder in 2014 ook uitdrukkelijk ingeschreven in het Gerechtelijk Wetboek.

Wat de controle op hun beroep betreft, zijn gerechtsdeurwaarders gehouden aan zowel wettelijke als deontologische regels. Deze regels, evenals het toezicht daarop en de afdwinging ervan, zijn verregaander dan het toezicht door FOD economie op bepaalde actoren binnen de economische sector.

Er is immers een  wettelijk statuut van de gerechtsdeurwaarder, er zijn strikte toetredingsvereisten tot het beroep, gerechtsdeurwaarders zijn onderworpen aan een deontologische code en kunnen strenge tuchtsancties opgelegd krijgen door onafhankelijke tuchtcommissies waarin, uniek binnen de juridische wereld, ook externe leden en magistraten zetelen. Voorts wordt momenteel alles in gereedheid gebracht voor de oprichting van een onafhankelijke ombudsdienst, waar elke burger terecht zal kunnen.

Wat de minnelijk invordering betreft, wijzen we erop dat de wet van 2002 inzake de minnelijke invordering van consumentenschulden duidelijk omschrijft dat geen enkele persoon die minnelijk invordert bij consumenten, zij het een gerechtsdeurwaarder of bijvoorbeeld een incassobureau, verwarring mag creëren omtrent zijn hoedanigheid of onjuiste bedreigingen mag uiten.

Vragende partij om een betere consumentenbescherming te voorzien

De tarieven die een gerechtsdeurwaarder mag aanrekenen in de gerechtelijke fase zijn wettelijk vastgelegd. Voor wat betreft de minnelijke invordering van consumenten, valt een gerechtsdeurwaarder onder de wet van 2002. De wet creëert echter, zoals Test Aankoop terecht aanhaalt, een probleem.

De wet verbiedt immers om consumenten enige kost aan te rekenen met uitzondering van  de bedragen, bepaald in het contract in geval dat niet wordt nageleefd, zoals de inningskosten van de gerechtsdeurwaarder, het schadebeding en/of de interesten. Schuldeisers zagen hierin echter een kans om hun algemene voorwaarden aan te passen en alsnog zware kostenvergoedingen op te leggen aan de schuldenaar. Op deze manier werd de bedoeling van de wetgever om de consument te beschermen tegen kosten volledig uitgehold. Daarom vraagt de NKGB een betere consumentenbescherming door de bijkomende kosten voor inning, strafbedingen en verwijlinteresten te specifiëren en te plafonneren. 

Invoering van een buitengerechtelijke procedure voor de invordering van onbetaalde facturen tussen bedrijven en consumenten

De beleidsmaker voerde in juli 2016 een nieuwe buitengerechtelijke procedure in voor de invordering van onbetwiste facturen tussen bedrijven, waarin de gerechtsdeurwaarder een centrale rol speelt. Met 27.156 geïntroduceerde dossiers tot nu toe is deze procedure geslaagd. Bovendien blijkt dat ongeveer de helft van de  dossiers geregeld werd zonder een uitvoerbare titel. Kortom, door bemiddeling van de gerechtsdeurwaarder werd het dossier opgelost en dus bijkomende kosten en interesten voor de schuldenaar vermeden. We vragen daarom de invoering van een gelijkaardige procedure voor consumenten, weliswaar mét bijkomende beschermingsmechanismen.