Hoorzitting kamercomissie justitie 26/08/2015

donderdag, augustus 27, 2015 - 13:30

SAM-TES en de NKGB werden uitgenodigd op de hoorzitting van de kamercommissie justitie op 26 augustus om hun standpunt toe te lichten over het wetsontwerp houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, meer bepaald artikel 32 t.e.m. artikel 42 betreffende de invordering van onbetwiste geldschulden. Lees onder de foto een korte samenvatting van de argumenten die aan de commissie werden overgemaakt. 

Korte inhoud

De adequate afstemming op de reële noden in de praktijk en het feit dat het wetsontwerp een vertaling is van een digitale en kostenefficiënte justitie overtuigen de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en het juridisch maatschappelijk kenniscentrum voor gerechtsdeurwaarders van de bijzondere meerwaarde ervan.

Niemand ontkent het belang van een efficiënte procedure om onbetwiste schuldvorderingen te kunnen innen. Evenwel is er op het huidig wetsontwerp kritiek vanuit een aantal hoeken die we kort willen kaderen. Verder staan we ook stil bij enkele belangrijke suggesties tot perfectionering van het wetsontwerp.

Kritiek op de procedure

De nieuwe procedure zou aanleiding geven tot:

  • exclusiviteit van de gerechtsdeurwaarder en de advocaat;
  • een stijging van de kostprijs verbonden aan de invordering;
  • een ontkenning van de rechten van verdediging, wat rechtsonzekerheid in de hand zou werken;
  • eventuele wanpraktijken door de gerechtsdeurwaarder;
  • een monopolierol voor de NKGB op het vlak van ontwikkeling, uitrol en beheer van de digitale databank. 

Visie van de NKGB en het kenniscentrum

De NKGB en het kenniscentrum hebben begrip voor deze bezorgdheden. Immers, ook zij zijn van oordeel dat elke juridische procedure op rechtszekerheid gebaseerd moet zijn en zowel de belangen van verweerder als eiser moet respecteren. Evenwel menen zij dat de nieuwe procedure wel degelijk steunt op deze evidente en noodzakelijke grondbeginselen:

  1. De gerechtsdeurwaarder is een openbaar en ministerieel ambtenaar die een wettelijk vastgelegde opdracht heeft om onder meer schulden in te vorderen én op te treden als bemiddelaar. Bovendien kent hij de lokale context als geen ander en is hij het best geplaatst om de solvabiliteit van de schuldenaar te beoordelen.
  2. Dit wetsontwerp is kostenefficiënt voor alle betrokkenen. De kosten voor justitie dalen, omdat door de screening door een advocaat, de solvabiliteitscheck door een gerechtsdeurwaarder en de mogelijkheden die een afbetalingsplan biedt slechts een fractie van de dossiers naar de rechter ten gronde doorstromen. Voor de schuldenaar zijn de eventueel bijkomende kosten beperkt tot een maximum van 10% van de hoofdsom van de schuld. De schuldeiser krijgt dan weer meer rechtszekerheid omdat hij erop kan rekenen dat hij in principe binnen één maand en acht dagen over een uitvoerbare titel kan beschikken.
  3. Het wetsontwerp biedt onwrikbare garanties ter vrijwaring van de rechten van verdediging. Bij de aanmaning gaat een antwoordformulier waarin de schuldenaar zijn rechten kan doen gelden door ofwel betalingsfaciliteiten te vragen ofwel door te betwisten. De titel wordt bovendien uitvoerbaar verklaard door een speciaal daartoe aangeduide magistraat. De belangrijkste vernieuwing bestaat erin dat de minste betwisting volstaat om de procedure te onderbreken, én dat zowel voor als na het verkrijgen van een uitvoerbare titel. Voor uitvoeringsgeschillen blijft uiteraard de beslagrechter bevoegd.
  4. De gerechtsdeurwaarder is, net zoals de notaris, een zekerheidsfactor in het rechtsverkeer. Hij verleent authenticiteit aan zijn akten, hetgeen geldt als onweerlegbaar vermoeden dat de akte de waarheid inhoudt. Daarnaast blijft alle communicatie door en naar de gerechtsdeurwaarder gedurende tien jaar opgeslagen in een digitale databank, wat volledige transparantie en controlemogelijkheden garandeert. Tenslotte werd ook de tuchtprocedure van de gerechtsdeurwaarder volledig vernieuwd door de wet van 7 januari 2014. Deze is bijzonder verregaand en garandeert neutraliteit door de verplichting om magistraten en andere externen op te nemen in de tuchtcommissies.
  5. De NKGB heeft reeds bewezen competent te zijn op het vlak van ontwikkeling, uitrol en beheer van ICT-tools. Zo is er het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling (een nationaal elektronisch register). Met de oprichting van DIAM (samenwerking tussen de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en de NKGB) werd een elektronisch platform opgericht met het oog op een snelle en efficiënte inning van achterstallige boetes en belastingen. De authentieke bron, nog een realisatie van de NKGB, is een beveiligd softwareplatform dat garandeert dat het enkel daartoe gemachtigde gerechtsdeurwaarders zijn die opzoekingen verrichten. Een laatste voorbeeld is het recent engagement van de regering om samen met de NKGB de databank met digitale exploten te voltooien en de daaraan gekoppelde elektronische betekening te realiseren.