Nieuw zekerheidsrecht gepubliceerd in B.S.

dinsdag, januari 10, 2017 - 15:15

Reeds lang aangekondigd en op de valreep van het nieuwe jaar gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad: de wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende zakelijke zekerheden op roerende goederen.  

Met dit nieuwe zekerheidsrecht wil de wetgever het stelsel van zakelijke zekerheden op roerende goederen eenvoudiger maken en komen tot een doeltreffende, flexibele en voorspelbare regeling. Achterliggend idee van deze hervorming is dat een stelsel van zakelijke zekerheden dat aan deze voorwaarden voldoet, de kredietverlening zal bevorderen en bijgevolg ook de economie zal versterken.

De meest in het oog springende vernieuwing is de invoering van een veralgemeende mogelijkheid om een bezitloos pandrecht te vestigen op roerende goederen dat onderworpen is aan publiciteit in een elektronisch pandregister. Dit geïnformeerd systeem is bestemd “voor het registreren en het raadplegen van pandrechten en eigendomsvoorbehouden, het wijzigen, vernieuwen, overdragen of verwijderen van de registratie van pandrechten of eigendomsvoorbehouden en het afstaan van rang van een geregistreerd pandrecht.”

Uiteraard is de meest prangende vraag wie toegang heeft tot dit register. De Privacycommissie gaf in haar advies mee dat gerechtsdeurwaarders, net zoals advocaten en notarissen, in aanmerking komen om dit register te gebruiken indien “zij handelen als mandataris van de pandhouder om het pandrecht in het register in te schrijven of nog, als zij moeten tussenkomen in een geschil of bij overmatige schuldenlast in het kader van discussies over de samenloop van schuldeisers die een pandrecht hebben op hetzelfde goed.” Gezien dat tweede geval onverenigbaar is met het doel van het pandregister is het volgens de Privacycommissie aangewezen om in het ontwerp van wet nader te omschrijven voor welke soort activiteiten deze beroepen toegang hebben tot het register enerzijds en anderzijds of de toegang zal gebeuren via de tussenkomst van respectievelijk de Federatie van Notarissen, de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en de respectievelijke ordes van advocaten zodat zij hier hun rol van derde vertrouwenspersoon zouden kunnen vervullen.

De wetgever legde dit advies naast zich neer, in de overtuiging dat zakelijke zekerheden kunnen tegengeworpen worden aan derden en dus bekend moeten gemaakt worden. Artikel 34 stelt immers: “Eenieder heeft toegang tot het pandregister volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.” Hoewel het register toegankelijk dient te zijn voor iedereen, zal dit niet voor iedereen onder dezelfde voorwaarden zijn. In principe zal de toegang tot het register betalend zijn, met uitzondering voor de pandgever en categorieën van personen of instellingen die bepaald worden door de koning. We dienen dus het K.B. af te wachten om de precieze modaliteiten van de toegang tot dit register te kennen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.