Reglement permanente vorming

Aangenomen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders op 14-12-2015

Artikel 1. Ratio legis van de verplichting tot permanente vorming

De gerechtsdeurwaarder vervult een belangrijke maatschappelijke rol die de diverse belangen in het economisch leven moet waarborgen, zoals expliciet wordt bevestigd door de bepalingen van het nieuwe statuut van de gerechtsdeurwaarder ingevolge de wet van 7 januari 2014.

Daarbij is het beroep aan een modernisering en informatisering onderhevig, die steeds nieuwe en meer complexe uitdagingen met zich brengen, waaraan de gerechtsdeurwaarder het hoofd moet bieden. 

Het is dan ook primordiaal dat alle partijen gedurende elke fase binnen het beroep – van stagiair tot gerechtsdeurwaarder -, zich op continue wijze bijscholen en zich derwijze de nieuwste juridische en andere ontwikkelingen, in verband met het beroep van gerechtsdeurwaarder eigen maken, zowel op nationaal als op Europees vlak. Vaardigheden up-to-date houden is inderdaad een essentiële voorwaarde om het hoofd te kunnen bieden aan of te anticiperen op de nieuwe uitdagingen voor het beroep.

Ingevolge artikel 555/1 van het Gerechtelijk Wetboek is de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (hierna genoemd “de Nationale Kamer”) wettelijk belast met de organisatie van de permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders, de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, de stagiairs en de medewerkers. Voor de uitvoering van deze taak kan de Nationale Kamer een beroep doen op derde partijen.

De titel van gerechtsdeurwaarder moet een waarborg zijn voor bekwaamheid, en het is hier dat de verplichting tot permanente vorming toe bijdraagt.

Het niet eerbiedigen van de verplichting tot een permanente vorming vormt daarbij niet enkel een wettelijke, maar ook een deontologische inbreuk die aan sanctionering onderworpen is. 

Artikel 2. Duur

2.1. Elke gerechtsdeurwaarder en elke kandidaat-gerechtsdeurwaarder is verplicht om minstens 25 punten permanente vorming  over een periode van 2 jaren te behalen, waarbij de termijn een aanvang neemt vanaf de inwerkingtreding van dit reglement of vanaf de benoeming. 

In afwijking van het vorig lid, loopt de vormingscyclus van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder die tot titularis benoemd wordt of de titularis wiens benoeming vernietigd wordt, ononderbroken door.

Binnen de voorwaarden van het voorliggend reglement, stellen de gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder geheel vrij hun programma van permanente vorming samen uit het aanbod van studiedagen en opleidingen die erkend worden door de erkenningscommissie.

Deze opleiding kan de vorm aannemen van:

  • het bijwonen van of deelnemen aan een cursus, colloquia, studiedagen, seminaries, online opleidingen,…;
  • de publicatie van een juridisch werk (bijdrage in een tijdschrift, een juridisch handboek,…;
  • het onderwijzen van een rechtsmaterie en/of documentatie die in dit kader werd opgesteld ;
  • een mandaat binnen een orgaan of werkgroep waarvan de activiteiten een band vertonen met het beroep van gerechtsdeurwaarder ;
  • een specifieke opleiding in het buitenland;

Deze lijst is niet limitatief. Toch moet de activiteit inhoudelijk steeds een meerwaarde betekenen voor de betrokkene en diens beroepspraktijk.  

2.2. Elke stagiair is verplicht om 30 punten permanente vorming over een periode van 2 jaren, vanaf de aanvang van de stage, te behalen. De schorsingsgronden vermeld in het artikel 511, § 3 Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

De Nationale Kamer kan een specifieke en verplichte permanente vorming organiseren voor de stagiairs. Voor het overige stelt de stagiair geheel vrij zijn programma van permanente vorming samen uit het aanbod van studiedagen en opleidingen die erkend worden door de erkenningscommissie. 

Elke stagiair die niet geslaagd is voor het examen of niet nuttig gerangschikt werd om benoemd te worden tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, blijft onderworpen aan de algemene verpliching om permanente vorming te volgen, en moet minstens 15 uur bijkomende opleiding kunnen aantonen – te rekenen vanaf de datum van het vergelijkend examen – om geldig te kunnen deelnemen aan de volgende examensessie.

2.3. Voor de medewerkers bestaat er weliswaar geen dergelijke verplichting. Het wordt desondanks aan elke gerechtsdeurwaarder aanbevolen om de vaardigheden van de medewerkers op peil te houden.

2.4. Opleidingen voor gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en stagiairs zijn kosteloos voor zover ze georganiseerd zijn door officiële organen van de Nationale Kamer. Deze moeten een voldoende aantal opleidingen aanbieden om toe te laten 25 (en 30 voor de stagiairs) punten te behalen over een periode van 2 jaar. 

Het programma dat door voornoemde organen wordt samengesteld, is kosteloos voor zover het overeenstemt met het vereiste aantal uren opleiding dat men moet volgen. De bijkomende opleidingen die dit aantal overstijgen, zijn niet kosteloos. 

2.5. Het opleidingsprogramma dat door de Nationale Kamer wordt opgesteld voor de stagiairs is geheel kosteloos.

Zij kunnen eveneens de opleidingen volgen uit het programma voor de titularissen en kandidaat-gerechtsdeurwaarders tegen dezelfde financiële voorwaarden die voor hen gelden.

2.6. De Nationale Kamer kan de organisatie van de permanente opleiding uitbesteden aan een derde.

Artikel 3. Puntensysteem

3.1. Het bijwonen van een juridische, niet-juridische of een opleiding over de deontologie kan slechts aanleiding geven tot de toekenning van de voorziene punten op voorwaarde dat men effectief aanwezig is. 

3.2. Elke gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en stagiair zorgt ervoor dat zijn elektronische puntenkaart geactualiseerd blijft.

De elektronische puntenkaart is raadpleegbaar via het online platform “PE-Online”. Enkel via dit kanaal kunnen aan de erkenningscommissie aanvragen tot erkenning worden gedaan, of kunnen er punten toegekend worden.

3.3. Een juridische opleiding heeft rechtstreeks betrekking op de verschillende rechtsmateries die worden gepraktiseerd in het kader van de uitoefening van het beroep van gerechtsdeurwaarder.

Een niet-juridische opleiding kan betrekking hebben op alle materies die ondersteuning bieden bij de uitoefening van het ambt of die betrekking hebben op het algemene management van een gerechtsdeurwaarderskantoor. Hierbij kan gedacht worden aan HR-aangelegenheden, opleidingen van boekhoudkundige of fiscale aard of een studie van juridisch jargon in een andere landstaal. Het aantal punten wordt door de erkenningscommissie bepaald. 

3.4. De gerechtsdeurwaarders en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders moeten minstens 5 deontologische punten behalen als onderdeel van hun permanente vorming.

Voor de stagiairs kunnen maximaal 3 niet-juridische punten in aanmerking worden genomen als onderdeel van hun permanente vorming. Deze beperking is eveneens van toepassing op de bijkomende uren opleiding die overeenkomstig artikel 2.2. lid 3 moeten gevolgd worden door een stagiair die niet geslaagd is voor het examen of die niet nuttig gerangschikt werd om benoemd te kunnen worden tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder.

Een punt van permanente opleiding is slechts geldig verworven als de betrokkene in het bezit is van een aanwezigheidsattest van de gevolgde opleiding.

3.5. De publicatie van een juridisch artikel in een vaktijdschrift of handboek of het schrijven van een uitgegeven juridisch boek kan naar billijkheid erkend worden voor 2 punten per 1.000 woorden met een maximum van 10 punten.

De toegekende punten kunnen juridisch en/of niet-juridisch en/of deontologisch van aard zijn, al naargelang het geval.

Indien deze publicatie uitgaat van meerdere auteurs, wordt het aantal toegekende punten (voor het geheel), gedeeld door het aantal auteurs en daarna afgerond naar boven. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016]

3.6. Het doceren of voorbereiden van een bepaalde rechtsmaterie of voor het ambt relevante beroepsmaterie, dan wel de tussenkomst als spreker tijdens een studiedag of colloquium, kan naar billijkheid erkend worden voor minimum 1 punt per gepresteerde 30 minuten of minder met een maximum van 10 punten. De toegekende punten kunnen juridisch en/of niet-juridisch en/of deontologisch van aard zijn, al naargelang het geval. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016] 

3.7. Het bijkomend behalen van een diploma, een studiegetuigschrift, het volgen van een opleiding of van een relevante opleidingsmodule, in aanvulling op en behaald na de benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, kan in aanmerking worden genomen als permanente vorming voor maximum 10 punten. De toegekende punten kunnen juridisch en/of niet-juridisch zijn, naargelang het geval. 

3.8. Het lidmaatschap van een commissie of comité waarvan de activiteit betrekking heeft op het beroep van gerechtsdeurwaarder, kan in aanmerking worden genomen als permanente vorming, rekening houdend met de aanwezigheid en prestaties van het lid in de commissie of het comité, met een maximum van 10 punten. De toegekende punten kunnen juridisch en/of niet-juridisch en/of deontologisch van aard zijn, al naargelang het geval. 

3.9. Een overtal aan behaalde punten in een bepaalde cyclus kan voor maximaal 15 punten overgedragen worden naar de volgende cyclus waaraan maximaal 5 deontologische punten kunnen toegevoegd worden.

Deze bepaling is niet van toepassing op de stagiairs.

Artikel 4. Erkenningscommissie

4.1. Er wordt een erkenningscommissie opgericht die op de Nationale Kamer zetel houdt. 

4.2. De erkenningscommissie zal bestaan uit acht leden: twee Franstalige gerechtsdeurwaarders, twee Nederlandstalige gerechtsdeurwaarders, één Franstalige kandidaat-gerechtsdeurwaarder, één Nederlandstalige kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gekozen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer, één lid aangewezen door het directiecomité aan wie het voorzitterschap van het comité zal toekomen en één lid aangewezen door de raad van bestuur van de expertisecentrum. De lijst van de leden wordt online bekend gemaakt. [gewijzigd door de BAV van 21 september 2015] 

De algemene vergadering verkiest eveneens op dezelfde wijze voor elk effectief lid een plaatsvervanger die aan dezelfde formele vereisten voldoet.

Wanneer een effectief lid of een plaatsvervanger definitief belet is, wordt zijn mandaat verder gezet respectievelijk door zijn/haar plaatsvervanger of een of een nieuw verkozen plaatsvervanger welke op de eerste algemene vergadering van het arrondissement wordt aangeduid die volgt op het belet. 

Onder definitief belet dient te worden begrepen ontslag, overlijden, preventieve schorsing overeenkomstig artikel 548 van het Gerechtelijk Wetboek, vernietiging van een benoeming, een beslissing tot afzetting of schorsing waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat, en definitief geworden beslissing tot weglating van het tableau overeenkomstig 514 van het Gerechtelijk Wetboek en de benoeming als gerechtsdeurwaarder wanneer het betrokken lid als kandidaat-gerechtsdeurwaarder zetelt. 

4.3. Het mandaat van de leden van de erkenningscommissie duurt drie jaar en is hernieuwbaar.

4.4. Het mandaat van de leden van de erkenningscommissie is onbezoldigd.

4.5. De erkenningscommissie beslist bij volstrekte meerderheid. 

In geval van staking van stemmen, komt de voorzitter de doorslaggevende stem toe.

Artikel 5. Voorafgaande erkenningsaanvraag 

5.1. Elke opleidingsorganisatie kan vooraf bij de erkenningscommissie een aanvraag indienen om een opleiding, studiedag, cursus, e.a. te laten erkennen als onderdeel van de permanente vorming voor gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en stagiairs.

Men dient hiertoe het elektronisch aanvraagformulier volledig in te vullen dat online beschikbaar is.

Tussen het verzenden van de aanvraag en de datum van de opleiding, studiedag, cursus, e.a. dient minimum 3 weken te verlopen. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016]

5.2. Elke opleidingsorganisatie die niet de hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder, stagiair, of een feitelijke of juridische associatie van de voorgaande(n), of van een officieel orgaan van de Nationale Kamer heeft, dient een dossierrecht te vereffenen dat gelijkgesteld wordt met het inschrijvingsgeld dat gevraagd wordt voor een deelnemer – weliswaar met een minimum van 100,00 EUR en een maximum van 750,00 EUR. Slechts na ontvangst van dit dossierrecht zal de erkenningscommissie kennis nemen van de aanvraag.

Verder dient de aanvraag tot erkenning minstens de volgende gegevens te bevatten:

  • de identiteit van de aanvrager;
  • het programma / onderwerp van de opleiding / studiedag / cursus / enz.
  • een korte inhoud (max. 200 karakters);
  • wijze van publiciteit;

In functie van het voorwerp van de permanente vorming:

  • de organiserende instantie;
  • de datum en plaats van de opleiding / studiedag / cursus / enz.;
  • wijze waarop in ondersteuning wordt voorzien voor de opleiding / studiedag / cursus (slides, powerpoint, syllabus,…) / enz.;
  • de identiteit van de sprekers en hun professionele hoedanigheid;
  • het aantal uren van de opleiding / studiedag / cursus / enz.;
  • het inschrijvingsgeld;
  • het aantal gewenste punten;

5.3. Op het moment van de aanvraag tot erkenning, moet de opleidingsorganisatie zich ertoe verbinden:

  • een identiteitscontrole te doen via de elektronische identiteitskaart bij aanvang van de activiteit;
  • de deelnemers te verzoeken de aanwezigheidslijst te handtekenen, en dit zowel aan het begin als het einde van de activiteit;
  • de aanwezigheidslijst elektronisch te registreren op het "PE-Online" platform.

[gewijzigd door de BAV van 21 september 2015]

Artikel 6. Aanvraag om erkenning post factum

6.1. Elke gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of stagiair kan bij de erkenningscommissie een aanvraag indienen om een opleiding, het lidmaatschap van een orgaan of een werkgroep waarvan de activiteit betrekking heeft op het beroep van gerechtsdeurwaarder, een studiedag, cursus, of juridische publicatie te laten erkennen in het kader van de permanente vorming. Er mogen maximaal twee maanden zijn verstreken tussen de opleiding, lidmaatschap in een commissie of comité, studiedag, cursus of juridische publicatie en de aanvraag. 

6.2. De betrokkene maakt alle gegevens en stukken over waarvan sprake onder punt 5.3., evenals een attest van aanwezigheid.

6.3. Elke aanvraag betreffende een juridische publicatie dient daarenboven  de volgende gegevens te bevatten :

  • de identiteit van eventuele co-auteurs;
  • de datum van de publicatie;
  • het aantal woorden dat de publicatie telt;
  • een exemplaar of kopie van de publicatie.

6.2. De betrokkene maakt alle gegevens en stukken over waarvan sprake onder punt 5.3., evenals een attest van aanwezigheid. 

6.3. Elke aanvraag betreffende een juridische publicatie dient daarenboven  de volgende gegevens te bevatten :

  • de identiteit van eventuele co-auteurs;
  • de datum van de publicatie;
  • een exemplaar of kopie van de publicatie.

Artikel 7. Erkenningsprocedure

7.1. De erkenningscommissie komt indien nodig eenmaal per maand samen op haar zetel.

7.2. Om een aanvraag te erkennen, dient een meerderheid der leden aanwezig te zijn. De aanwezige leden beslissen bij absolute meerderheid. In geval geen meerderheid bereikt kan worden, heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

Onder aanwezigheid wordt in voorkomend geval aanwezigheid door middel van een elektronische communicatietechniek begrepen.

Indien een aanvraag om erkenning wordt afgewezen, dient dit gemotiveerd te worden.

7.3. De erkenningscommissie stelt de aanvrager in kennis van de beslissing, ten laatste 5 werkdagen na de datum van de beslissing.

De aanvrager maakt melding van de erkenning.

De erkenning van de opleiding en het eraan toegekende aantal punten worden online bekend gemaakt.

Artikel 8. Vrijstellingen, afwijkingen en interpretatie

In geval van overmacht of omwille van uitzonderlijke omstandigheden, kan het directiecomité op bijzonder gemotiveerd verzoek elke gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder tijdelijk en geheel of gedeeltelijk vrijstellen van zijn verplichting tot permanente vorming conform dit reglement. Dit verzoek dient binnen een redelijke termijn te worden ingediend, rekening houdende met de betreffende omstandigheden.

De gunst van opschorting kan slechts toegekend worden voor maximaal 2 jaar. Deze maatregel kan hernieuwd worden door een nieuwe aanvraag in te dienen.

Het directiecomité maakt haar beslissing aan het betrokken lid over binnen de 30 dagen na ontvangst van het verzoek.

Artikel 9. Controle en sanctie

9.1. De stagiairs

De Nationale Kamer is ertoe gehouden te controleren of de stagiairs hun verplichtingen inzake permanente vorming hebben nageleefd wanneer zij om aflevering van hun stagecertificaat vragen.

Zowel op het einde van het eerste jaar van de opleidingscyclus als 3 maanden voor het einde van de cyclus, stuurt de Nationale Kamer via het “PE-Online”-platform een elektronische rappel aan de stagiair, waarin het aantal punten wordt vermeld dat deze laatste tot op dat moment heeft behaald. Deze mededeling geeft de mogelijkheid aan de stagiair om op tijd de nodige maatregelen te treffen, zodat hij het minimum van 30 punten behaalt dat verplicht moet verzameld zijn op het einde van de opleidingscyclus.

Indien de Nationale Kamer tot de vaststelling komt dat de verplichtingen inzake niet behoorlijk werden nageleefd, gaat zij niet over tot uitreiking van het stagecertificaat. De stagiair kan in voorkomend geval worden uitgenodigd om gehoord te worden.

In toepassing van artikel 2.2., lid 3, dient elke stagiair die niet geslaagd is voor het examen of die niet nuttig gerangschikt werd om tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder benoemd te worden, een actualisering te vragen van het reeds ontvangen stagecertificaat om zo de uren bijkomende opleiding die gevolgd werden, te kunnen aantonen. Zonder geactueliseerd certificaat kan hij niet op geldige wijze deelnemen aan de volgende examensessie.

9.2. De gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders

De Nationale Kamer ziet toe op de naleving van de verplichtingen inzake de permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

De puntenkaart dient vervolledigd te zijn binnen de maand na het beëindigen van de tweejaarlijkse cyclus.

De Nationale Kamer kan eenieder verzoeken om bepaalde bewijsstukken en aanwezigheidsattesten te bezorgen die betrekking hebben op de gevolgde permanente opleiding.

Zowel op het einde van het eerste jaar van de opleidingscyclus als 3 maanden voor het einde van de cyclus, stuurt de Nationale Kamer via het “PE-Online”-platform een elektronische rappel aan de gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder, waarin het aantal punten wordt vermeld dat deze laatste tot op dat moment heeft behaald. Deze mededeling geeft de mogelijkheid aan de betrokkene om op tijd de nodige maatregelen te treffen, zodat hij het minimum van 25 punten behaalt dat verplicht moet verzameld zijn op het einde van de opleidingscyclus.

9.3. Indien de verslaggever van de Nationale Kamer vaststelt dat een gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder zijn verplichtingen inzake de permanente vorming niet heeft nageleefd, brengen zij het directiecomité van de Nationale Kamer op de hoogte. Het directiecomité kan de betrokkene uitnodigen om hem/haar te horen. Indien het directiecomité van oordeel is dat zulks een geschikte maatregel is, kan het de betrokkene een buitengewone bijkomende termijn verlenen om zijn toestand te regulariseren. Het directiecomité bepaalt de termijn rekening houdend met de vastgestelde tekortkoming.

Het directiecomité van de Kamer kan daarna desgevallend beslissen om de tuchtcommissie te vatten.

Artikel 10. Subsidiaire regeling

Ingeval een situatie niet geregeld wordt door dit reglement, kan het directiecomité overgaan tot een ad hoc oplossing.

Artikel 11. Inwerkingtreding en overgangsregeling

11.1. Dit reglement treedt in werking de tiende dag na de toezending van het verslag van de algemene vergadering aan de leden van de algemene vergadering.

11.2. Het directiecomité bepaalt binnen de twee maanden na inwerkingtreding van dit reglement de noodzakelijke overgangsmaatregelen voor de permanente vorming van de stagiairs die zich zullen inschrijven voor de vergelijkende examens die zullen georganiseerd worden binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van onderhavig reglement.

11.3. De verhoging tot 25 te behalen punten voor de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders in het kader van hun verplichting tot permanente vorming, is op hen allen van toepassing vanaf 01/03/2018.

Op die datum wordt elke cyclus automatisch onderbroken en begint een nieuwe te lopen. De punten die behaald werden in de aldus onderbroken cyclus worden in afwijking van artikel 3.9. systematisch en integraal overgedragen. .

[Gewijzigd door de Algemene vergadering op 06 februari 2018]

BijlageGrootte
PDF icon 20180313_nl_cir021_-_nieuwe_versie_van_het_reglement_betreffende_de_permanente_vorming_-_belangrijkste_wijzigingen.pdf328 KB