Reactie NKGB op artikel in Knack

woensdag, oktober 31, 2018 - 15:30

De NKGB heeft met onderstaand bericht gereageerd op het artikel in het Knack-tijdschrift van 31/10/2018.

 

Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders reageert op aantijgingen over misbruik

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (NKGB) nam kennis van het artikel in het tijdschrift Knack, waarin een eregerechtsdeurwaarder en een anonieme kandidaat-gerechtsdeurwaarder getuigen over mogelijke misbruiken. 

“Ik heb het reeds gezegd en zal het blijven herhalen: misbruiken door collega-gerechtsdeurwaarders kunnen niet door de beugel. Elke (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder is ertoe gehouden de waardigheid van zijn ambt hoog in het vaandel te houden en aldus het vertrouwen van de burger niet te schenden. Het artikel leest als het relaas van een spijtoptant en voelt aan als een kaakslag voor al mijn collega’s die dagelijks correct handelen”, zegt voorzitter Frank Maryns.

De NKGB betreurt evenwel dat er in het artikel een loopje met de waarheid wordt genomen door de aangeklaagde praktijken als veralgemenend voor te stellen. Bovendien hangt het artikel een bijzonder éénzijdig beeld op van  gerechtsdeurwaarders, dat niet strookt met de werkelijkheid. Ook het feit dat de NKGB op geen enkel moment is gevraagd om een wederwoord, vindt ze een gemiste kans. 

Vandaar dat de NKGB via dit bericht wenst te reageren, met name over het tarief aangezien het merendeel van de aantijgingen in het artikel daarover gaan. Voor gerechtelijke opdrachten (zoals de betekening van een akte of de gedwongen tenuitvoerlegging van een beslissing) past een gerechtsdeurwaarder de wettelijk vastgelegde tarieven toe. Bovendien is hij ook gebonden aan een deontologische code. Hij mag dus geen nutteloze of onredelijke kosten aanrekenen. Deze geïndexeerde tarieven zijn publiek raadpleegbaar via de website van de NKGB. Voor buitengerechtelijke opdrachten, zoals de minnelijke invordering van schulden, kan hij onderhandelen met zijn opdrachtgever over de prijs die hij deze laatste zal aanrekenen. Let wel, de wetgeving op de consumentenbescherming stelt duidelijk dat aan de consument geen andere kosten mogen worden aangerekend dan deze waartoe hij zich contractueel heeft verbonden, inclusief gerechtsdeurwaarderskosten die contractueel zijn voorzien.

Wat de inningskosten aangaat, erkent de NKGB dat in bepaalde gevallen een initiële schuld kan oplopen tot een hoog eindbedrag. Weliswaar komt dit voor een aanzienlijk deel voor rekening van de overheid  (indirecte belastingen zoals registratierechten, BTW, rolstelling- en griffierechten en tweedelijnsbijdrage) en uiteraard ook van  de schuldeiser, gelet op de  schadebedingen en intresten die in rekening worden gebracht. Over no cure no pay kunnen we kort zijn: dat wordt  door de deontologie van de gerechtsdeurwaarders niet getolereerd en er wordt wel degelijk tegen opgetreden.

De NKGB wijst er ook op dat burgers die zich geschaad voelen in hun rechten en wensen te bemiddelen terecht kunnen bij de ombudsman voor de gerechtsdeurwaarders. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om een klacht neer te leggen bij de NKGB of de arrondissementskamers.

Evenwel zijn gerechtsdeurwaarders niet doof voor de vraag om hun tarief transparanter te maken en te actualiseren. Meer zelfs, gerechtsdeurwaarders zijn hiervoor zelf vragende partij. Dat bleek uit een interne bevraging over het expertenrapport inzake  de modernisering van het ambt van gerechtsdeurwaarders, dat de rechtstreekse aanleiding vormt voor het artikel in Knack.

Op basis van deze interne bevraging heeft de NKGB zestien aanbevelingen geformuleerd voor de minister, waaronder de actualisering van het tarief. Hiertoe neemt de NKGB het initiatief om voorstellen van een vernieuwd, transparant tarief uit te werken en te formuleren aan de minister. De andere voorstellen richten zich onder meer op het versterken van de kwaliteit van de dienstverlening door het invoeren van modelakten in klare taal en het intensifiëren van de samenwerking met de sociale hulpverlening. Andere voorstellen kaderen in de verdere professionalisering van het beroep, met onder andere de oprichting van een tuchtrechtbank.