Rechtzetting artikel “Le Soir”

woensdag, januari 24, 2018 - 16:45

In “Le Soir” van 24 januari wordt gesteld dat het aantal klachten over de minnelijke invordering van schulden door gerechtsdeurwaarders bij het meldpunt van de FOD-economie met 30% gestegen is. Dit cijfer klopt echter niet. In 2016 ontving het meldpunt 38 klachten tegen gerechtsdeurwaarders, in 2017 ging het om 24 klachten. Dit is dus geen stijging maar een daling van 37%. Het klopt wel dat het totale aantal klachten 30% gestegen is. Dit is te wijten aan een grote toename van klachten over incassobureaus (642 klachten in 2016, 882 klachten in 2017). De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (NKGB) en het juridisch maatschappelijk kenniscentrum voor gerechtsdeurwaarders (SAM-TES) betreuren deze foute beeldvorming. In tegenstelling tot incassobureaus zijn gerechtsdeurwaarders gebonden aan een deontologische code en kunnen ze strenge tuchtsancties opgelegd krijgen door onafhankelijke tuchtcommissies waarin, uniek binnen de juridische wereld, ook externe leden en magistraten zetelen. Bovendien is het beroep van gerechtsdeurwaarder wettelijk geregeld en moeten ze aan bepaalde voorwaarden voldoen om het beroep te mogen uitoefenen. Al deze maatregelen werden net genomen om misbruiken zoveel als mogelijk te vermijden. De cijfers van de FOD-economie tonen aan dat het aantal klachten tegen gerechtsdeurwaarders relatief laag liggen, al moet het doel uiteraard zijn om naar 0 klachten te streven. Voorts wordt momenteel alles in gereedheid gebracht voor de oprichting van een onafhankelijke ombudsdienst, waar elke burger terecht zal kunnen. 

Vragende partij om een betere consumentenbescherming te voorzien

Gerechtsdeurwaarders, incassobureaus en advocaten zijn allen gebonden aan de wet van 2002 die de minnelijke invordering van consumenten regelt. Deze wet verbiedt om consumenten enige kost aan te rekenen met uitzondering van de bedragen, bepaald in het contract in geval dat niet wordt nageleefd, zoals de inningskosten van de gerechtsdeurwaarder, het schadebeding en/of de interesten. Schuldeisers zagen hierin echter een kans om hun algemene voorwaarden aan te passen en alsnog zware kostenvergoedingen op te leggen aan de schuldenaar. Op deze manier werd de bedoeling van de wetgever om de consument te beschermen tegen kosten volledig uitgehold. Daarom vragen de NKGB en SAM-TES een betere consumentenbescherming door de bijkomende kosten voor inning, strafbedingen en verwijlinteresten te specifiëren en te plafonneren.