Wet tot vermindering werklast rechterlijke orde

dinsdag, juni 5, 2018 - 17:30

De wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, werd op 30 mei 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.  Hierin wordt de beoogde werklastvermindering en vereenvoudiging van procedures gekoppeld aan diverse bepalingen inzake digitalisering en flexibele toepassing van informaticasystemen met het oog op een versnelde afhandeling van dossiers en, evident, het stimuleren van het gebruik van de digitale weg.

In deze wet vallen een aantal belangrijke wijzigingen op:

  • nieuw artikel 47bis Ger. W.: alle bepalingen van het hoofdstuk VII “Betekeningen, kennisgevingen, neerleggingen en mededelingen” zijn voortaan voorgeschreven op straffe van nietigheid (bijgevolg heeft de wetgever erop toegezien om de specifieke meldingen van een nietigheidssanctie bij niet naleving van welbepaalde artikelen aan te passen, meer bepaald de art. 38, §2, art. 40, vierde lid, en de artn. 43, eerste lid en art. 45)  en in geval van nietigheid van betekening of kennisgeving van een beslissing zal de termijn om beroep in te dienen niet beginnen lopen;
  • de rechter krijgt de mogelijkheid om nietige handelingen te herstellen (art. 861 Ger. W.) wanneer hij vaststelt dat het nadeel kan worden hersteld. Zo kan een betekening die de hiërarchie van de modaliteiten van betekening niet naleeft, maar geen enkel nadeel heeft bezorgd aan enige partij, toch door de rechter worden aanvaard;
  • het optrekken van de bevoegdheid ratione summae van de vrederechter van 2.500€ naar 5.000€ en de grenzen van appellabilteit van 1.860€ naar 2.000€ (artn. 590 en 617 Ger. W.). Hierdoor kunnen burgers dus eenvoudiger en sneller hun recht doen gelden (vrederechter als “nabijheidsrechter”) en worden de rechtbanken van eerste aanleg gedeeltelijk ontlast;
  • de afschaffing van de mogelijkheid om uittreksels van de burgerlijke stand op te vragen bij de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg (art. 45 BW). Dat brengt ook een onmiddellijke werklastvermindering met zich mee;
  • de te volgen handelswijze bij een falende informaticasysteem wordt verduidelijkt (art. 52 Ger. W.). Dit uiteraard om digitalisering te stimuleren.
  • het schrappen van de verplichting tot ondertekening van conclusies indien deze via d-Deposit zijn neergelegd (art. 743 Ger. W.);
  • de modernisering van de mededelingsverplichtingen van het vonnis (art. 792 Ger. W.). Zowel in strafzaken als in burgerlijke zaken moet een afschrift van de beslissing worden meegedeeld aan de partij of, in voorkomend geval, aan haar advocaat en de termijn hiervoor wordt, dankzij de mogelijkheid tot snellere elektronische mededeling, ingekort tot vijf dagen.
 
Deze artikelen treden in werking op de tiende dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (met uitzondering van art. 590 en 617 van het Ger. W die in werking treden op 1 september 2018 en het art. 792 van het Ger. W. dat in werking treedt op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 31 december 2019).
 

Minister van Justitie, Koen Geens: “Sinds het begin van de legislatuur pleit ik voor een snelle en efficiënte justitie. De vereenvoudiging van een aantal procedures en de afschaffing van enkele taken is een goede zaak en zorgt voor een enorme tijdswinst, zowel voor de burger als voor de rechtbank.”