Reglement permanente vorming

Aangenomen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders op 17-12-2014

Artikel 1. Ratio legis van de verplichting tot permanente vorming

De gerechtsdeurwaarder vervult een belangrijke maatschappelijke rol die de diverse belangen in het economisch leven moet waarborgen, zoals expliciet wordt bevestigd door de bepalingen van het nieuwe statuut van de gerechtsdeurwaarder ingevolge de wet van 7 januari 2014.

Daarbij is het beroep aan een modernisering en informatisering onderhevig, die steeds nieuwe en meer complexe uitdagingen met zich brengen, waaraan de gerechtsdeurwaarder het hoofd moet bieden.

Het is dan ook primordiaal dat alle partijen gedurende elke fase binnen het beroep – van stagiair tot gerechtsdeurwaarder -, zich op continue wijze bijscholen en zich derwijze de nieuwste juridische en andere ontwikkelingen, in verband met het beroep van gerechtsdeurwaarder eigen maken, zowel op nationaal als op Europees vlak. Vaardigheden up-to-date houden is inderdaad een essentiële voorwaarde om het hoofd te kunnen bieden aan of te anticiperen op de nieuwe uitdagingen voor het beroep.

Ingevolge artikel 555/1 van het Gerechtelijk Wetboek is de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (hierna genoemd “de Nationale Kamer”) wettelijk belast met de organisatie van de permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders, de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, de stagiairs en de medewerkers. Voor de uitvoering van deze taak kan de Nationale Kamer een beroep doen op derde partijen.

De titel van gerechtsdeurwaarder moet een waarborg zijn voor bekwaamheid, en het is hier dat de verplichting tot permanente vorming toe bijdraagt.

Het niet eerbiedigen van de verplichting tot een permanente vorming vormt daarbij niet enkel een wettelijke, maar ook een deontologische inbreuk die aan sanctionering onderworpen is. 

Artikel 2. Duur

2.1. Elke gerechtsdeurwaarder en elke kandidaat-gerechtsdeurwaarder is verplicht om minstens 25 punten permanente vorming over een periode van 2 jaren te behalen, waarbij de termijn een aanvang neemt vanaf de inwerkingtreding van dit reglement of vanaf de benoeming.

In afwijking van het vorig lid, loopt de vormingscyclus van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder die tot titularis benoemd wordt of de titularis wiens benoeming vernietigd wordt, ononderbroken door.

Binnen de voorwaarden van het voorliggend reglement, stellen de gerechtsdeurwaarder en kandidaat-gerechtsdeurwaarder geheel vrij hun programma van permanente vorming samen uit het aanbod van studiedagen en opleidingen die erkend worden door de erkenningscommissie.

Deze opleiding kan de vorm aannemen van:

  • het bijwonen van of deelnemen aan een cursus, colloquia, studiedagen, seminaries, online opleidingen,…;
  • de publicatie van een juridisch werk (bijdrage in een tijdschrift, een juridisch handboek,…;
  • het onderwijzen van een rechtsmaterie en/of documentatie die in dit kader werd opgesteld ;
  • een mandaat binnen een orgaan of werkgroep waarvan de activiteiten een band vertonen met het beroep van gerechtsdeurwaarder ;
  • een specifieke opleiding in het buitenland;

Deze lijst is niet limitatief. Toch moet de activiteit inhoudelijk steeds een meerwaarde betekenen voor de betrokkene en diens beroepspraktijk. 

2.2. Elke stagiair is verplicht om 40 punten permanente vorming over een periode van 2 jaren, vanaf de aanvang van de stage, te behalen. De schorsingsgronden vermeldt in het artikel 511, § 3 Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

De Nationale Kamer kan een specifieke en verplichte permanente vorming organiseren voor de stagiairs. Voor het overige stelt de stagiair geheel vrij zijn programma van permanente vorming samen uit het aanbod van studiedagen en opleidingen die erkend worden door de erkenningscommissie.

Elke stagiair die niet geslaagd is voor het examen of niet nuttig gerangschikt werd om benoemd te worden tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, blijft onderworpen aan de algemene verplichting om permanente vorming te volgen, en moet minstens 20 uur bijkomende opleiding kunnen aantonen – te rekenen vanaf de datum van het vergelijkend examen – om geldig te kunnen deelnemen aan de volgende examensessie.

[gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

2.3. Voor de medewerkers bestaat er geen dergelijke verplichting. Het wordt desondanks aan elke gerechtsdeurwaarder aanbevolen om de vaardigheden van de medewerkers op peil te houden.

2.4. De Nationale Kamer staat in voor de organisatie van een opleidingsprogramma voor de gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en stagiairs. Dit programma moet een voldoende aantal opleidingen bevatten, zodat elke betrokkene het aantal punten kan behalen dat aan hem wordt vooropgesteld overeenkomstig dit reglement.

2.5. De Nationale Kamer voorziet twee bijzondere opleidingsprogramma’s: enerzijds een programma dat voorbehouden is aan de stagiairs, en anderzijds een basisprogramma dat overeenstemt met het aantal punten dat overeenkomstig dit reglement wordt vooropgesteld aan de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

Beide programma’s zijn kosteloos.

In geval een gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of stagiair zich inschrijft voor een opleiding bedoeld in het eerste lid en vervolgens de betreffende opleiding niet bijwoont, is een forfaitaire vergoeding verschuldigd ten bedrage van 35 euro, tenzij, binnen een termijn van 15 kalenderdagen volgend op de opleidingsmodule, een geval van overmacht kan worden aangetoond, dan wel een gewettigde afwezigheid door middel van een medisch attest. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

2.6. De opleidingen die door de Nationale Kamer worden georganiseerd en die niet vallen binnen de opleidingsprogramma’s bedoeld in punt 2.5., zijn onderworpen aan een inschrijvingsgeld waarvan het bedrag door haar wordt vastgesteld in functie van de locatie, de spreker(s), de praktische en organisatorische modaliteiten en de duur van de opleiding. De inschrijving voor een opleiding wordt slechts definitief op het moment van ontvangst van het inschrijvingsgeld.

In geval de inschrijver de opleiding niet kan bijwonen omwille van ziekte of overmacht, dient hij de Nationale Kamer een verzoek tot terugbetaling te richten vergezeld van de noodzakelijke bewijsstukken.

[gewijzigd door de AV van 18 december 2018  – inwerkingtreding 31 januari  2019]

De Nationale Kamer kan de organisatie van de permanente opleiding uitbesteden aan een derde.

Artikel 3. Puntensysteem

3.1. Een uur opleiding staat gelijk aan een punt. Onderdelen van minimum een half uur staan gelijk aan een half punt . [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019 en van 10 juni 2021 – inwerkingtreding 24 juni 2019 en 12 juli 2021]

3.2. Elke gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en stagiair zorgt ervoor dat zijn elektronische puntenkaart geactualiseerd blijft.

De elektronische puntenkaart is raadpleegbaar via het online platform “PE-Online”. Enkel via dit kanaal kunnen aan de erkenningscommissie aanvragen tot erkenning worden gedaan, of kunnen er punten toegekend worden.

3.4. De gerechtsdeurwaarders en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders moeten minstens 5 deontologische punten behalen als onderdeel van hun permanente vorming.

Een punt van permanente opleiding is slechts geldig verworven als de betrokkene in het bezit is van een aanwezigheidsattest van de gevolgde opleiding.

3.5. De publicatie van één of meerdere juridische artikel(s) in een vaktijdschrift of een handboek, of de publicatie van een juridisch handboek kan naar billijkheid erkend worden met een maximum van 10 punten. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

Indien deze publicatie uitgaat van meerdere auteurs, wordt het aantal toegekende punten (voor het geheel), gedeeld door het aantal auteurs en daarna afgerond naar boven. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016 – inwerkingtreding 1 oktober 2015]

3.6. Het doceren of voorbereiden van een bepaalde rechtsmaterie of voor het ambt relevante beroepsmaterie, dan wel de tussenkomst als spreker tijdens een studiedag of colloquium, kan naar billijkheid erkend worden voor minimum 1 punt per gepresteerde 30 minuten of minder met een maximum van 10 punten. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016]

3.7. Het bijkomend behalen van een diploma, een studiegetuigschrift, het volgen van een opleiding of van een relevante opleidingsmodule, in aanvulling op en behaald na de benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, kan in aanmerking worden genomen als permanente vorming voor maximum 10 punten.

3.8. Het lidmaatschap van een commissie of comité waarvan de activiteit betrekking heeft op het beroep van gerechtsdeurwaarder, kan in aanmerking worden genomen als permanente vorming, rekening houdend met de aanwezigheid en, in voorkomend geval, met de prestaties van het lid in de commissie of het comité. Er kunnen maximum 10 lidmaatschapspunten per vormingscyclus in rekening worden genomen.

3.9. Een overtal aan behaalde punten in een bepaalde cyclus kan voor maximaal 20 punten overgedragen worden naar de volgende cyclus. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

Deze bepaling is niet van toepassing op de stagiairs.

Artikel 4. Erkenningscommissie

4.1. Er wordt een erkenningscommissie opgericht die op de Nationale Kamer zetel houdt.

4.2. De erkenningscommissie zal bestaan uit:

  • 6 leden gekozen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer: twee Franstalige gerechtsdeurwaarders, twee Nederlandstalige gerechtsdeurwaarders, één Franstalige kandidaat-gerechtsdeurwaarder en één Nederlandstalige kandidaat-gerechtsdeurwaarder. De algemene vergadering verkiest eveneens op dezelfde wijze voor elk effectief lid een plaatsvervanger die aan dezelfde formele vereisten voldoet.
  • 1 effectief lid en 1 plaatsvervangend lid aangewezen door het directiecomité aan wie het voorzitterschap van het comité toekomt;
  • en 1 effectief lid en 1 plaatsvervangend lid aangewezen door de raad van bestuur van de expertisecentrum.

De lijst van de leden wordt bekend gemaakt. [gewijzigd door de BAV van 21 september 2015 – inwerkingtreding 1 oktober 2015]

Wanneer een effectief lid of een plaatsvervanger gekozen door de algemene vergadering definitief belet is, wordt zijn mandaat verder gezet respectievelijk door zijn/haar plaatsvervanger of een nieuw verkozen plaatsvervanger welke op de eerste algemene vergadering van het arrondissement wordt aangeduid die volgt op het belet. 

Onder definitief belet dient te worden begrepen ontslag, overlijden, preventieve schorsing overeenkomstig artikel 548 van het Gerechtelijk Wetboek, vernietiging van een benoeming, een beslissing tot afzetting of schorsing waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat, en definitief geworden beslissing tot weglating van het tableau overeenkomstig 514 van het Gerechtelijk Wetboek en de benoeming als gerechtsdeurwaarder wanneer het betrokken lid als kandidaat-gerechtsdeurwaarder zetelt.

4.3. Het mandaat van de leden van de erkenningscommissie verkozen door de algemene vergadering duurt drie jaar en is éénmaal hernieuwbaar.

Het mandaat van de aangewezen leden neemt onmiddellijk een einde wanneer het bevoegde orgaan hiertoe beslist. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

4.4. Het mandaat van de leden van de erkenningscommissie is onbezoldigd.

4.5. De erkenningscommissie beslist bij volstrekte meerderheid. In geval van belangenconflict neemt het betrokken lid niet deel aan de besluitvorming [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021].

In geval van staking van stemmen, komt de voorzitter de doorslaggevende stem toe.

 4.6. Met het oog op een vlotte interne werking neemt de erkenningscommissie een huishoudelijk reglement aan. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

Artikel 5. Voorafgaande erkenningsaanvraag 

5.1. Elke opleidingsorganisatie kan vooraf bij de erkenningscommissie een aanvraag indienen om een opleiding, studiedag, cursus, e.a. te laten erkennen als onderdeel van de permanente vorming voor gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en stagiairs.

Men dient hiertoe het elektronisch aanvraagformulier volledig in te vullen dat online beschikbaar is.

Tussen het verzenden van de aanvraag en de datum van de opleiding, studiedag, cursus, e.a. dient minimum 3 weken te verlopen. [gewijzigd door de AV van 14 december 2015 – inwerkingtreding 3 januari 2016]

5.2. Elke opleidingsorganisatie die geen feitelijke of juridische vereniging van (kandidaat-) gerechtsdeurwaarders  of een officieel orgaan van de Nationale Kamer vormt, dient een dossierrecht te vereffenen dat gelijkgesteld wordt met het inschrijvingsgeld dat gevraagd wordt voor een deelnemer – weliswaar met een minimum van 100,00 EUR en een maximum van 750,00 EUR. Slechts na ontvangst van dit dossierrecht zal de erkenningscommissie kennis nemen van de aanvraag.

Verder dient de aanvraag tot erkenning minstens de volgende gegevens te bevatten in functie van het voorwerp van de permanente vorming:

1° de identiteit van de aanvrager;

2° het programma / onderwerp van de opleiding / studiedag / cursus / enz.

3°een korte inhoud (max. 200 karakters);

4° wijze van publiciteit;

5° de organiserende instantie;

6° de datum en plaats van de opleiding / studiedag / cursus / enz.;

7° wijze waarop in ondersteuning wordt voorzien voor de opleiding / studiedag / cursus (slides, PowerPoint, syllabus,…) / enz.;

8° de identiteit van de sprekers en hun professionele hoedanigheid;

9° het aantal uren van de opleiding / studiedag / cursus / enz.;

10° het inschrijvingsgeld;

11° het aantal gewenste punten;

5.3. Op het moment van de aanvraag tot erkenning, moet de opleidingsorganisatie zich ertoe verbinden:

  • een identiteitscontrole te doen via de elektronische identiteitskaart bij aanvang van de activiteit;
  • de deelnemers te verzoeken de aanwezigheidslijst te handtekenen, en dit zowel aan het begin als het einde van de activiteit;
  • de aanwezigheidslijst elektronisch te registreren op het "PE-Online" platform.

[gewijzigd door de BAV van 21 september 2015 – inwerkingtreding 1 oktober 2015]

Artikel 6. Aanvraag om erkenning post factum

6.1. Elke gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder of stagiair kan bij de erkenningscommissie een aanvraag indienen om een opleiding, het lidmaatschap van een orgaan of een werkgroep waarvan de activiteit betrekking heeft op het beroep van gerechtsdeurwaarder, een studiedag, cursus, of juridische publicatie te laten erkennen in het kader van de permanente vorming. Er mag maximaal zes maanden zijn verstreken tussen de aanvraag en:

  • de lidmaatschap in een commissie of comité;
  • de ontvangst van het aanwezigheidsattest voor een gevolgde studiedag, een opleiding of  een cursus;
  • de publicatie.

[gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

6.2. De betrokkene maakt alle gegevens en stukken over waarvan sprake onder punt 5.2, lid 2, 1° tot 3°, 5° tot  9° en 11° ., evenals een attest van aanwezigheid. In geval van lidmaatschapspunten moeten dit de stukken zijn die de aanwezigheid en, in voorkomend geval, de prestaties van de aanvrager in de commissie of het comité bewijzen.

6.3. Elke aanvraag betreffende een juridische publicatie dient daarenboven  de volgende gegevens te bevatten :

  • de identiteit van eventuele co-auteurs;
  • de datum van de publicatie;
  • het aantal woorden dat de publicatie telt;
  • een exemplaar of kopie van de publicatie.

Artikel 7. Erkenningsprocedure

7.1. De erkenningscommissie komt indien nodig eenmaal per maand samen op haar zetel.

7.2. Om een aanvraag te erkennen, dient een meerderheid der leden aanwezig te zijn. De aanwezige leden beslissen bij absolute meerderheid. In geval geen meerderheid bereikt kan worden, heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

Onder aanwezigheid wordt in voorkomend geval aanwezigheid door middel van een elektronische communicatietechniek begrepen.

Indien een aanvraag om erkenning gedeeltelijk of volledig wordt afgewezen, is dit definitief en dient dit door de erkenningscommissie summier gemotiveerd te worden. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

7.3. De erkenningscommissie stelt de aanvrager in kennis van de beslissing, ten laatste 5 werkdagen na de datum van de beslissing.

De aanvrager maakt melding van de erkenning.

De erkenning van de opleiding en het eraan toegekende aantal punten worden online bekend gemaakt.

Artikel 8. Vrijstellingen, afwijkingen en interpretatie

In geval van overmacht of omwille van uitzonderlijke omstandigheden, kan het directiecomité retroactief, op bijzonder gemotiveerd verzoek elke gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder tijdelijk en geheel of gedeeltelijk vrijstellen van zijn verplichting tot permanente vorming conform dit reglement. Dit verzoek dient binnen de maand volgend op het einde van de opleidingscylcus te worden ingediend [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019 en 10 juni 2021 – inwerkingtreding 24 juni 2019 en 12 juli 2021]

Bij het verzoek om vrijstelling moeten alle bewijsstukken worden gevoegd. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

Het directiecomité maakt haar beslissing aan het betrokken lid over binnen de 30 dagen na ontvangst van het verzoek.

Artikel 9. Controle en sanctie

9.1. De stagiairs

De Nationale Kamer is ertoe gehouden te controleren of de stagiairs hun verplichtingen inzake permanente vorming hebben nageleefd wanneer zij om aflevering van hun stagecertificaat vragen.

Zowel op het einde van het eerste jaar van de opleidingscyclus als 3 maanden voor het einde van de cyclus, stuurt de Nationale Kamer via het “PE-Online”-platform een elektronische rappel aan de stagiair, waarin het aantal punten wordt vermeld dat deze laatste tot op dat moment heeft behaald. Deze mededeling geeft de mogelijkheid aan de stagiair om op tijd de nodige maatregelen te treffen, zodat hij minstens het verplicht aantal punten kan behalen. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

Indien de Nationale Kamer tot de vaststelling komt dat de verplichtingen inzake niet behoorlijk werden nageleefd, gaat zij niet over tot uitreiking van het stagecertificaat, en informeert zij zowel de stagemeester als de territoriaal bevoegde syndicus, of wanneer deze laatste eveneens de stagemeester uitmaakt, de verslaggever van het betrokken arrondissement. De stagiair kan vragen om gehoord te worden door het directiecomité. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

In toepassing van artikel 2.2., lid 3, dient elke stagiair die niet geslaagd is voor het examen of die niet nuttig gerangschikt werd om tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder benoemd te worden, een actualisering te vragen van het reeds ontvangen stagecertificaat om zo de uren bijkomende opleiding die gevolgd werden, te kunnen aantonen.

9.2. De gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders

De Nationale Kamer ziet toe op de naleving van de verplichtingen inzake de permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

De puntenkaart dient vervolledigd te zijn binnen de maand na het beëindigen van de tweejaarlijkse cyclus.

De Nationale Kamer kan eenieder verzoeken om bepaalde bewijsstukken en aanwezigheidsattesten te bezorgen die betrekking hebben op de gevolgde permanente opleiding.

Zowel op het einde van het eerste jaar van de opleidingscyclus als 3 maanden voor het einde van de cyclus, stuurt de Nationale Kamer via het “PE-Online”-platform een elektronische rappel aan de gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder, waarin het aantal punten wordt vermeld dat deze laatste tot op dat moment heeft behaald. Deze mededeling geeft de mogelijkheid aan de betrokkene om op tijd de nodige maatregelen te treffen, zodat hij minstens het verplicht aantal punten kan behalen. [gewijzigd door de BAV van 10 juni 2021  – inwerkingtreding 12 juli 2021]

Punten welke niet zijn verdiend in een cyclus van permanente opleiding, worden automatisch overgedragen naar de volgende cyclus, met uitzondering van deze waarvoor een gehele of gedeeltelijke vrijstelling werd toegekend in toepassing van artikel 8 van huidig reglement. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

Op het einde van een opleidingscyclus, worden de namen van de leden die hun verplichtingen tot permanente opleiding niet zijn nagekomen, met uitzondering van zij die een gehele of gedeeltelijke vrijstelling hebben genoten in toepassing van artikel 8 van huidig reglement, overgemaakt aan de voorzitter –syndicus van het arrondissement waaronder de betrokkene ressorteert. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

In functie van de ernst van de inbreuk, en bij gebreke aan het verkrijgen van een gehele vrijstelling, stelt de verslaggever van de Nationale Kamer ambtshalve een tuchtprocedure in tegen de betrokkene.

Eventuele recidive maakt hierbij een verzwarende omstandigheid uit.

Onder recidive moet worden verstaan: het ongerechtvaardigd niet respecteren van de verplichtingen binnen twee opeenvolgende opleidingscycli, dan wel twee niet-opeenvolgende cycli gedurende een periode van zes jaar. [gewijzigd door de BAV van 28 mei 2019  – inwerkingtreding 24 juni 2019]

Artikel 10. Subsidiaire regeling

Ingeval een situatie niet geregeld wordt door dit reglement of wanneer een probleem ontstaat met de toepassing ervan, stelt de erkenningscommissie het directiecomité hiervan in kennis, zodat de situatie kan beoordeeld worden en er mogelijks gevolg aan kan verleend worden kan het directiecomité overgaan tot een ad hoc oplossing.

Artikel 11. Inwerkingtreding en overgangsregeling

11.1. Dit reglement treedt in werking de tiende dag na de toezending van het verslag van de algemene vergadering aan de leden van de algemene vergadering.

11.2. Het directiecomité bepaalt binnen de twee maanden na inwerkingtreding van dit reglement de noodzakelijke overgangsmaatregelen voor de permanente vorming van de stagiairs die zich zullen inschrijven voor de vergelijkende examens die zullen georganiseerd worden binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van onderhavig reglement.

11.3. De verhoging tot 25 te behalen punten voor de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders in het kader van hun verplichting tot permanente vorming, is op hen allen van toepassing vanaf 01/03/2018.

Op die datum wordt elke cyclus automatisch onderbroken en begint een nieuwe te lopen. De punten die behaald werden in de aldus onderbroken cyclus worden in afwijking van artikel 3.9. systematisch en integraal overgedragen.

[Gewijzigd door de BAV van 06 februari 2018 – inwerkingtreding 16 maart 2018]

11.4. De verhoging tot 40 van het aantal te behalen punten van permanente vorming in toepassing van artikel 2.2. is slechts van toepassing op de stagiairs die hun stage aanvangen na de inwerkingtreding van deze verhoging.